Aandoeningen waarvan wetenschappelijk is bewezen dat homeopathie beter werkt dan conventionele geneesmiddelen zijn infecties van de bovenste luchtwegen. Voorbeelden zijn griep, hoesten, verkoudheid en keelpijn. Deze kwalen zijn verantwoordelijk voor veel huisartsbezoeken en vormen een grote kostenpost voor de zorg. Een gewone huisarts kan alleen een conventioneel geneesmiddel voorschrijven, dat vaak niet eens werkt. Maar een homeopathische huisarts heeft ook de keuze uit homeopathisch middelen waarvan de werkzaamheid in allerlei onderzoeken is aangetoond.

Homeopathie bij infecties
Tegenstanders van homeopathie beweren echter dat die onderzoeken waardeloos zijn. Ze sluiten een placebo-effect niet uit, zeggen ze, en ook niet dat een aandoening ‘zelfbeperkend’ kan zijn – patiënten worden na een tijdje vanzelf beter. De enige manier om te bepalen of homeopathie echt werkt, zeggen ze, is met gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek (RCT). Hierbij wordt de werking van een homeopathische pil vergeleken met die van een placebopil die er precies hetzelfde uitziet.

Conventionele geneeskunde slecht onderbouwd
Volgens de Britse stichting ‘Sense about Science’ is het ruim 150 klinische onderzoeken niet gelukt te bewijzen dat homeopathie werkt. ‘Enkele kleine onderzoeken hebben positieve resultaten opgeleverd, maar dat komt door een slechte aanpak of toevallige effecten’, aldus de stichting, die publieksvoorlichting over wetenschap geeft. In de afgelopen tien jaar is echter ook de conventionele geneeskunde onder vuur komen te liggen. Die is wetenschappelijk namelijk net zo slecht onderbouwd. De eerste criticus van niveau was Marcia Angell, arts en voormalig redacteur van het gerenommeerde medische tijdschrift New England Journal of Medicine. Zij deed in 2005 de opmerkelijke uitspraak: ‘Het is simpelweg onmogelijk om veel van het gepubliceerde klinisch bewijs te geloven’.

Twee jaar later sloot het British Medical Journal zich daarbij aan. Het toonaangevende tijdschrift publiceerde een onderzoek waarin stond dat slechts 15 procent van de behandelingen binnen de NHS duidelijk een ‘gunstig effect’ had, en maar 22 procent ‘waarschijnlijk een gunstig effect’. De overgrote meerderheid viel in de categorie ‘met onbekende werkzaamheid’ of ‘waarschijnlijk niet werkzaam’.

Medische wetenschap is zélf twijfelachtig
Ten slotte deed Richard Horton, hoofdredacteur van de Lancet, vorig jaar verslag van een besloten conferentie van Welcome Trust, een Britse stichting voor biomedisch onderzoek. Daar werd de medische wetenschap aan de schandpaal genageld voor ‘twijfelachtige onderzoekspraktijken’, ‘nogal wat statistische verzinsels’ en ‘een onderzoekscultuur die soms grenst aan wangedrag’. Hortons conclusie luidde: ‘Veel wetenschappelijke literatuur, misschien wel de helft, zou simpelweg weleens niet correct kunnen zijn.’

Deel 4 uit artikel ‘Meer dan water’, bron Medisch Dossier