/ december 10, 2019

Onzekerheid over schade hormoonverstoorders groeit

De wetenschap twijfelt al langer over de veiligheid van industrieel gemaakte chemische stoffen die de werking van hormonen verstoren. Nieuwe publicaties plaatsen nieuwe vraagtekens. Zijn de bestaande meettechnieken en regelgeving wel adequaat? Een nieuw offensief om hormoonverstoorders uit te bannen lijkt op handen.

Het blijvende effect op de gezondheid door blootstelling aan een groot aantal chemische stoffen in het milieu en in de voeding is mogelijk toch ernstiger, algemener en gevarieerder dan werd aangenomen. Ook lijken lage doses bepaald niet onschuldig. De stoffen hebben vooral nadelige effecten als het lichaam zich ontwikkelt of verandert, zoals tijdens de zwangerschap, de kindertijd en de menopauze.

In een drietal recente artikelen in wetenschappelijke tijdschriften wordt het beeld van de invloed van ‘endocrine disrupting chemicals’ (EDC’s) bijgesteld. En dat beeld ziet er niet best uit. Het wordt bijvoorbeeld steeds beter bewezen geacht dat EDC’s een rol spelen in het ontstaan van obesitas en diabetes, omdat ze de aanmaak en werking van hormonen als insuline, glucagon en leptine beïnvloeden. Die reguleren onder meer de glucosehuishouding en het hongergevoel.

Transgenerationeel
Sommige stoffen hebben een dusdanige werking, dat nakomelingen van drie generaties later nog de gevolgen hebben, zonder dat ze zelf met de stof in aanraking zijn geweest. Dat zogenaamde transgenerationele effect doet zich onder meer voor bij BPA, bisfenol A, de bekendste van alle EDC’s, waarnaar veel studie is gedaan. Het wordt door de industrie gebruikt in plastics, brandvertragers, kunstharsen en in verpakkingsmateriaal voor voedsel. BPA ontregelt de werking van geslachtshormonen zoals oestrogeen.

In een artikel in The Lancet betogen drie Amerikaanse onderzoekers dat de gangbare methoden om BPA en de stoffen waarin het uiteenvalt in het lichaam te meten niet accuraat zijn. Mede door de indirecte bepaling van hoeveel stof er in het lichaam is gekomen, is de consensus ontstaan dat zeer geringe hoeveelheden in het lichaam verwaarloosbaar zijn.

Blootstelling
Maar langdurige blootstelling aan lage doses is schadelijker dan een vele malen hogere dosis. Dat is een van de opmerkelijke constateringen in een overzichtsartikel in Frontiers in Endocrinology van drie Griekse endocrinologen. De gangbare methoden en dierproeven hebben geleid tot het opstellen van zogenaamd veilige niveaus, maar het nodige epidemiologische onderzoek wijst uit dat veel lagere hoeveelheden, die consumenten in het dagelijks leven kunnen oplopen uit de lucht, het drinkwater en de voeding, ook schadelijk zijn.

Van meer dan 1.000 industrieel gesynthetiseerde chemische stoffen wordt aangenomen dat ze aan de definitie van EDC’s voldoen. Daaronder vallen plastics, zoals BPA, weekmakers van plastic, ftalaten, oplos- en smeermiddelen, PCB’s en dioxinen, en pesticiden, waaronder DDT. Een aantal van die stoffen zijn verboden, sommige al tientallen jaren. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen stoffen die opgeslagen blijven in het (vet)weefsel en stoffen die snel worden afgebroken. Toch kan blootstelling aan die laatste blijvende schade veroorzaken, die soms pas jaren later manifest wordt.

Genitaliën
De aard van de schade door EDC’s verschilt. Ftalaten kunnen de ontwikkeling van de genitaliën van jongetjes verstoren. EDC’s kunnen invloed hebben op meerdere processen die de energiehuishouding regelen (en daarmee de kans op obesitas). De regelfunctie door de hypothalamus (een combinatie van neurale en hormonale stimulering) en de aanmaak van insuline in de bèta-cellen in de pancreas worden geremd door EDC’s. EDC’s beïnvloeden de celprogrammering en de weefselgroei van foetussen. Die veranderingen blijken erfelijk. Het zijn zogenaamde epigenetische fenomenen, die de werking (maar niet de structuur) van DNA beïnvloeden.

Tekortschieten
De Amerikaanse onderzoeker Laura N. Vandenberg van de universiteit van Massachusetts doet al langer onderzoek naar EDC’s. In een artikel in Trends in Food Science & Technology pleit zij voor verbetering van de meetmethoden, voor de ontwikkeling van nieuwe technieken om de invloed van EDC’s te onderzoeken en vraagt ze de instanties die de regelgeving bepalen of daarover adviseren te erkennen dat de huidige adviezen en regels tekortschieten.

In Nederland adviseert het RIVM over EDC’s. Een webartikel uit 2017 heeft als titel ‘Mogelijk hormoonverstorende stoffen’. Daarin staat onder meer te lezen dat fabrikanten niet verplicht zijn te vermelden dat in hun producten bisfenol A zit en dat er steeds meer producten zonder bisfenol A gemaakt worden. Onduidelijk is waardoor het vervangen wordt.

Geen plastic speelgoed
De Belgische Hoge Gezondheidsraad heeft in mei 2019 een advies uitgebracht over hormoonverstorende stoffen. De adviezen gaan ver: mijd dranken uit plastic flessen en geef kinderen geen plastic speelgoed.

Het Voedingscentrum constateert dat er “een toenemende zorg onder wetenschappers over de mogelijke negatieve effecten van hormoonverstorende stoffen op de menselijke gezondheid en het milieu” is. “Maar veel hierover is nog onduidelijk en er is meer onderzoek nodig.”

Huib Stam Journalistiek rond voeding en voedsel Foodlog.nl

Share this Post