Uiteraard maakt de slechte wetenschappelijke onderbouwing van de conventionele geneeskunde de zaak voor homeopathie niet per se sterker. En inderdaad werd de Britse regering vorig jaar onder druk gezet door lobbyist Simon Singh, oprichter van de Good Thinking Society en bestuurslid van Sense about Science. Singh dreigde met een ‘rechterlijke toetsingsprocedure’ om de homeopathie op de zwarte lijst te krijgen – iets waar de regering waarschijnlijk voor zwicht.

Homeopathie vs Wetenschap
‘Waarom wordt homeopathie eruit gepikt?’ vraagt Kaplan zich af. ‘Het is toch raar om op basis van wetenschappelijke onderbouwing alleen de homeopathie aan te vallen en daar wetgeving tegen te eisen, terwijl ook de werking van veel conventionele medicijnen niet wetenschappelijk onderbouwd is’, zegt hij. ‘Dubbele standaarden? Dat kun je wel een eufemisme noemen.’
Singh en zijn medestanders hebben vooral moeite met het ‘anti-wetenschappelijke’ signaal dat door de homeopathie wordt uitgezonden. ‘Het overgrote deel van de echte artsen beschouwt homeopathie als een pseudowetenschap’, zegt Singh. ‘Tenslotte verdunnen homeopaten hun middelen vaak tot er helemaal niets meer in zit.’

Homeopathie is meer dan water
De meest gehoorde kritiek op homeopathie is dat het eindproduct na zo veel verdunningsstappen onmogelijk iets anders kan zijn dan water. Maar dat blijkt niet te kloppen. Door de jaren heen zijn er namelijk subtiele maar meetbare verschillen gevonden tussen ultraverdunde homeopathische oplossingen en gewoon water. Hiervoor zijn allerlei laboratoriumtesten gebruikt, waaronder:

• uv-spectroscopie (kleurverschillen met behulp van ultraviolet licht);
• kernspinresonantiespectroscopie of NMR (verschillen in magnetisch veld);
• thermoluminescentie (verschillen in uitgezonden straling);
• beeldvorming van onder hoogspanning opgewekt plasma (verschillende reacties op hoogspanningspulsen);
• conductiviteitsmeting van oplossingen (verschillen in elektrische weerstand);
• metingen met solvatochrome kleurstoffen (verschillende binding van kleurstoffen aan homeopathische oplossingen).
Kennelijk zit er toch ‘iets’ in een homeopathische verdunning, zelfs wanneer er theoretisch niets meer van de oorspronkelijke stof aanwezig kan zijn.

Homeopathie kan toch verklaard worden
Het bewijs groeit dat de werking van hoge homeopathische verdunningen mogelijk toch wetenschappelijk verklaard kan worden. Ook wordt steeds duidelijker dat homeopathie daadwerkelijk gunstige effecten heeft op verschillende biologische systemen – niet alleen bij mensen, maar ook bij dieren, planten en cellen.
Zo is homeopathie met succes toegepast in de diergeneeskunde en landbouw, en ook in laboratoriumtesten op lichaamscellen. Al deze niet-menselijke bewijzen sluiten per definitie het ‘placebo-effect’ als verklaring uit.

Homeopathie op gelijke voet met conventionele behandelingen
Homeopathie is tussen 1950 en 2014 onderzocht in 104 gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken (RCT’s) voor 61 verschillende aandoeningen: 41 procent van deze RCT’s gaven een positieve uitkomst; 5 procent een negatieve uitkomst; en 54 procent geen doorslaggevende uitkomst. Deze percentages lijken opvallend veel op die van conventionele behandelingen.
Een analyse uit 2007 van een ‘groot aantal, willekeurig gekozen’ RCT’s over conventionele behandelingen wees uit dat 44 procent ‘waarschijnlijk een positief effect’ had, 7 procent ‘waarschijnlijk een negatief effect’ en 49 procent geen doorslaggevend effect.

De homeopathie en de conventionele geneeskunde staan dus duidelijk op gelijke voet als het gaat om evidence-based(wetenschappelijk onderbouwde) geneeskunde – het belangrijkste grondbeginsel van de medische praktijk.